TERUG NAAR JOURNAL
Massimo Osti archief Bologna — de merken Stone Island, C.P. Company en het erfgoed van een ontwerper

"Achter de badge én de goggle"

DOOR 

Massimo Osti (de ontwerper die geen ontwerper wilde zijn)

Massimo Osti (1944–2005) was de Italiaanse graficus en kledingontwikkelaar achter C.P. Company en Stone Island. Hij vond garment dyeing niet letterlijk uit, maar veranderde de techniek door volledig afgewerkte kledingstukken met verschillende vezels tegelijk te verven. Daarnaast werkte hij aan temperatuurgevoelige stoffen, reflecterende jassen en zelfs kleding met geïntegreerde elektronica. Zijn invloed zit daardoor niet alleen in twee bekende merknamen, maar in de manier waarop moderne sportswear wordt ontworpen en geproduceerd.

Het opvallendste is misschien dat Osti zichzelf niet als klassieke modeontwerper zag. Hij kon niet op de gebruikelijke manier tekenen, vermeed de modehoofdstad Milaan en werkte liever met fotokopieën, militaire kleding, verfbaden en prototypes. Terwijl andere ontwerpers begonnen met een silhouet, begon hij met een probleem: wat moet dit kledingstuk kunnen?

Laatst feitelijk gecontroleerd: augustus 2026.

Wie was Massimo Osti?

Massimo Osti werd op 17 juni 1944 geboren in Baricella, nabij Bologna. Enkele maanden later verloor hij zijn vader bij een bombardement. Osti begon niet aan een traditionele modeopleiding. Hij werkte vanaf 1963 als verkoper voor Pirelli, volgde ’s avonds een opleiding commerciële grafische vormgeving en behaalde in 1967 zijn diploma. Een jaar later opende hij met vrienden het reclamebureau CD2 in Bologna.

In 1969 ontwierp hij samen met Lucio Festi bedrukte T-shirts voor Chomp Chomp. Daarbij gebruikte hij zijn ervaring met grafische technieken zoals zeefdruk, geplaatste prints, fotokopieën en vierkleurendruk. Het officiële Massimo Osti Archive noemt 1969 als het begin van deze eerste kledinglijn.

Osti bleef zijn grafische achtergrond gebruiken toen hij complete kleding ging ontwikkelen. Volgens zijn zoon Lorenzo kon hij niet tekenen zoals een opgeleide modeontwerper dat doet. Hij fotografeerde of kopieerde bestaande kledingstukken, knipte interessante zakken, kragen en sluitingen uit en bouwde daarmee collages. Technische medewerkers vertaalden die composities vervolgens naar een uitvoerbaar ontwerp.

Die methode verklaart waarom zijn kleding zo anders aanvoelt. Osti begon niet met een trend of een ideaalbeeld, maar met bestaande militaire uniformen, werkkleding en sportkleding. Hij onderzocht waarom een zak op een bepaalde plaats zat, waarom een capuchon op een specifieke manier sloot en hoe een stof reageerde op hitte, verf of een coating. Vorm volgde bij hem meestal uit functie.

Welke merken heeft Massimo Osti opgericht?

Een exact aantal noemen is misleidend. Sommige namen waren zelfstandige merken, andere waren collectielijnen, bedrijfsnamen of projecten voor externe opdrachtgevers. Chester Perry en C.P. Company zijn bovendien geen twee afzonderlijke merken in zijn loopbaan: Chester Perry werd in 1978 hernoemd tot C.P. Company.

Dit is het zuiverste overzicht op basis van de officiële tijdlijn:

Jaar Naam Rol van Osti Wat je moet weten
1969 Chomp Chomp Mede-oprichter en grafisch ontwerper Eerste lijn bedrukte T-shirts, samen met Lucio Festi.
1970/1971 Chester Perry Mede-oprichter en ontwerper OM Diffusion en de eerste collectie worden door het Osti-archief in 1970 gedateerd; C.P. Company gebruikt 1971 als officieel geboortejaar.
1978 C.P. Company Oprichter en hoofdontwerper Nieuwe naam voor Chester Perry na juridische bezwaren van Chester Barrie en Fred Perry.
1981 Boneville Bedenker en ontwerper Een tweede lijn naast C.P. Company met ruimte voor andere vormen en experimenten.
1982 Stone Island Oprichter en ontwerper Ontstaan rond Tela Stella en bedoeld als laboratorium voor materiaalonderzoek.
1993 Left Hand Oprichter en ontwerper Zijn eerste collectie buiten het bedrijf dat hij oorspronkelijk had opgebouwd.
1994/1995 Massimo Osti Production en ST-95 Oprichter en ontwerper Production werd in 1994 opgericht; de eerste collecties van Massimo Osti Production en ST-95 volgden in 1995.

Daarnaast ontwierp Osti onder meer C.P. Company Baby, C.P. Collection, kleding voor Superga, OM Project, Equipment for Legs voor Dockers, ICD en ICD+ voor Levi’s en de kasjmierlijn Massimo Osti Double Use. Die projecten allemaal als afzonderlijke, door hem opgerichte merken meetellen levert een pakkende titel op, maar geen betrouwbaar antwoord.

Van Chester Perry naar C.P. Company

De naam Chester Perry kwam volgens Lorenzo Osti van de fictieve fabriek waar het stripfiguur Bristow werkte. Osti richtte met Raimondo Cattabriga OM Diffusion op om de eerste volledige Chester Perry-collectie te produceren. Nadat de Britse merken Chester Barrie en Fred Perry bezwaar maakten tegen de naam, werd Chester Perry in 1978 C.P. Company.

Onder die nieuwe naam werd kleding steeds meer een vorm van industrieel onderzoek. Osti en zijn team bestudeerden uniformen en werkkleding, bouwden een eigen verflaboratorium op en testten combinaties van natuurlijke en synthetische vezels. Dat onderzoek leidde niet alleen tot nieuwe jassen, maar ook tot een nieuwe manier van communiceren.

In 1985 verscheen het eerste C.P. Company Magazine bij de kiosk. Het was geen gewone productcatalogus, maar een grootformaat publicatie waarin kleding, fotografie en het leven rondom het merk samenkwamen. Lorenzo Osti noemt een oplage die uiteindelijk circa 50.000 exemplaren bereikte. Lang voordat merken zichzelf “media companies” gingen noemen, behandelde Osti een kledingmerk al als een cultureel uitgeefplatform.

Heeft Massimo Osti garment dyeing uitgevonden?

Nee, Massimo Osti vond garment dyeing niet letterlijk uit. Het verven van een volledig afgewerkt kledingstuk bestond al. Zijn doorbraak was dat hij en zijn team de techniek in de vroege jaren zeventig toepasten op complexere kledingstukken die uit verschillende stoffen en vezels bestonden.

Bij traditionele productie wordt de stof meestal geverfd voordat het kledingstuk wordt gesneden en genaaid. Bij garment dyeing wordt een grotendeels wit of ongeverfd kledingstuk eerst compleet geconstrueerd en daarna in een verfbad geplaatst. Katoen, wol en nylon nemen kleur ieder op hun eigen manier op. Naden, ritsomgevingen en verschillende panelen kunnen daardoor subtiel van kleur en textuur verschillen.

Volgens een technische terugblik van C.P. Company over garment dyeing experimenteerde het team in 1973 al met bedrukte kleding en gemengde vezels. Chemicus Giuliano Balboni speelde een belangrijke rol in het dagelijkse werk van het verflaboratorium. Osti was dus niet de eenzame uitvinder van een eeuwenoude verfmethode; hij was de creatieve aanjager van een team dat de industriële mogelijkheden ervan sterk uitbreidde.

Dat onderscheid maakt zijn prestatie niet kleiner, maar juist geloofwaardiger. Hij zag dat onvoorspelbare kleurreacties geen productiefout hoefden te zijn. De variatie kon het karakter van het kledingstuk worden.

Hoe ontstond Stone Island werkelijk?

Stone Island ontstond in 1982 rond één materiaal: Tela Stella. De stof was geïnspireerd op de zwaar verweerde dekzeilen van vrachtwagens. Ze bestond uit stevig katoen, was aan beide zijden voorzien van een gekleurde harslaag en werd intensief gewassen om het materiaal draagbaarder en visueel doorleefder te maken.

Volgens Lorenzo Osti raakte medewerker Adriano Caccia gefascineerd door vrachtwagenzeilen die door zon en gebruik waren verkleurd. Osti kocht vergelijkbaar materiaal en besloot er een aparte lijn omheen te bouwen. C.P. Company had al een duidelijke identiteit; Stone Island werd de vrijere onderzoeksruimte voor zwaardere, opvallendere en soms radicalere materialen.

Ook het bekende verhaal dat Stone Island simpelweg naar Osti’s eigen zeilboot werd genoemd, is te stellig. Lorenzo verbindt de naam aan zijn moeder Daniela, haar belangstelling voor de romans van Joseph Conrad en de liefde van het gezin voor de zee. Het kompas op de afneembare badge past bij die maritieme fascinatie. De officiële geschiedenis van Stone Island beschrijft het merk eveneens als een idee dat uit Tela Stella en materiaalonderzoek voortkwam.

Stone Island en C.P. Company hadden vanaf het begin verschillende rollen. C.P. Company werkte vaker met aardetinten en functionele kleding voor een wat volwassener publiek. Stone Island kon jonger, feller en zichtbaarder zijn, met coatings, reflecterende materialen en later de temperatuurgevoelige Ice Jacket. Meer over die verschillen lees je in onze vergelijking Stone Island vs C.P. Company.

De belangrijkste innovaties van Massimo Osti

Osti’s nalatenschap bestaat niet uit één uitvinding. Zijn kracht lag in het combineren van materiaalonderzoek, kledingconstructie en industriële productie. Dit zijn de belangrijkste momenten:

Jaar Ontwikkeling Waarom het belangrijk was
Begin jaren 70 Garment dyeing op gemengde vezels Verschillende materialen konden in één afgewerkt kledingstuk anders op hetzelfde verfbad reageren.
1982 Tela Stella Een zware, met hars behandelde katoenen stof vormde de basis van de eerste Stone Island-collectie.
1987 Ice Jacket De buitenstof veranderde van kleur onder invloed van temperatuur.
1987 Rubber Wool en Rubber Flax Traditionele wol en linnen kregen door een rubberlaag een andere uitstraling en extra bescherming.
1991 Reflective Jacket Een laag met microscopisch kleine glazen bolletjes reflecteerde zelfs zwakke lichtbronnen.
1993 Thermojoint Een voor Left Hand ontwikkeld materiaal van katoen en PVC, water- en stoomdicht en gekoppeld aan een opvallende beschermingsclaim.
2000 Levi’s ICD+ Een commercieel aangeboden kledinglijn waarin telefoon, muziekspeler, bedrading en bediening samenkwamen.

Mythe of feit?

Veelgehoorde uitspraak Oordeel De nauwkeurige versie
“Osti vond garment dyeing uit.” Te stellig Hij en zijn team verfijnden een bestaande techniek voor complexe kledingstukken met meerdere vezels.
“Stone Island ontstond uit een toevallige vrachtwagenlevering.” Onvoldoende onderbouwd Goed gedocumenteerd is dat verweerde vrachtwagenzeilen de inspiratie vormden voor Tela Stella.
“De Goggle Jacket werd voor zeilers gemaakt.” Onjuist De originele Mille Miglia-uitvoering werd ontworpen voor de autosportwedstrijd van 1988.
“Thermojoint hield 80% van nucleaire straling tegen.” Merkclaim Left Hand schrijft dat het materiaal tot 80% bescherming zou bieden. Een openbaar onafhankelijk testprotocol is niet beschikbaar.
“Osti ontwierp ICD+ helemaal alleen.” Onjuist Osti bepaalde de kledingstijl; Philips en specialisten van Levi’s ontwikkelden de elektronica en integratie mee.

De Goggle Jacket werd niet voor zeilers ontworpen

De bekendste C.P. Company-jas van Osti ontstond voor een autorace. C.P. Company sponsorde in 1988 de Mille Miglia, een historische rit over de openbare weg in Italië. Voor dat project ontwierp Osti de originele Mille Miglia Jacket, later vooral bekend als de Goggle Jacket.

De jas combineerde een capuchon met ingebouwde lenzen, veel functionele opbergruimte en een lens bij de pols waarmee de drager zijn horloge kon bekijken. Het resultaat was geen decoratieve verwijzing naar werkkleding, maar een kledingstuk dat rondom gebruik en zichtbaarheid was geconstrueerd. De officiële C.P. Company Archive-vermelding koppelt het origineel rechtstreeks aan de Mille Miglia van 1988.

De enige modeshow van een man die niet van modeshows hield

Osti bleef bewust in Bologna en hield afstand van het traditionele modecircuit in Milaan. Toch werd hij in 1987 uitgenodigd om zijn werk in de Reichstag in Berlijn te presenteren. Het werd volgens i-D’s reconstructie van de show zijn eerste en laatste modeshow.

Omdat Osti een normale catwalk niet bij zijn werk vond passen, liet hij onder meer mimespelers van Circus Roncalli optreden en bouwde hij scènes rondom beweging, weer en gebruik. Kleding van C.P. Company, Stone Island en Boneville werd niet als los modebeeld getoond, maar als uitrusting binnen een omgeving. Zelfs toen hij verplicht een modeshow moest maken, veranderde hij eerst de regels ervan.

Hoe Osti afscheid nam van C.P. Company en Stone Island

Ook hierover circuleren versimpelde versies. Volgens de officiële archieftijdlijn verkocht Osti zijn aandelen in C.P. Company in 1983 aan Italiana Manifatture. Die aandelen kwamen in 1984 bij Gruppo Finanziario Tessile terecht. Osti stopte met de dagelijkse leiding, maar bleef president en verantwoordelijk voor het creatieve werk.

In 1992 beëindigde hij zijn formele taken binnen het inmiddels hernoemde Sportswear Company. Hij bleef nog wel ontwerpen: zijn laatste C.P. Company-collectie verscheen in 1994 en zijn laatste Stone Island-collectie in het voorjaar van 1995. Carlo Rivetti was vanaf 1992 president en bouwde Stone Island verder uit. Het is dus niet correct om de geschiedenis samen te vatten als één rechtstreekse verkoop van Osti aan Rivetti in 1993.

Left Hand, Massimo Osti Production en ST-95

Na zijn vertrek uit de onderneming achter C.P. Company en Stone Island begon Osti opnieuw. In 1993 creëerde hij Left Hand, geproduceerd door Dismi 92 van de familie Allegri. De naam was letterlijk persoonlijk: Osti was linkshandig.

Een van de bekendste Left Hand-materialen was Thermojoint, waarin katoen en PVC werden verbonden. De huidige merkgeschiedenis zegt dat het materiaal water- en stoomdicht was en “tot 80% bescherming” tegen nucleaire straling claimde. Dat laatste moet als historische merkclaim worden gelezen, niet als onafhankelijk bewezen beschermingsniveau. Juist dat onderscheid maakt het verhaal sterker dan een klakkeloos herhaalde spectaculaire bewering.

In 1994 werd de onderneming Production opgericht. Een jaar later verschenen de eerste collecties van Massimo Osti Production en ST-95. Ondanks een gerapporteerde jaaromzet van 25 miljard lire moest Production in 1997 sluiten. Osti bleef daarna via nieuwe projecten doorwerken, waaronder OM Project, Equipment for Legs voor Dockers en later ICD voor Levi’s.

De jas die zeven jaar vóór de iPhone kwam

In 2000 brachten Levi’s, Philips en Massimo Osti ICD+ uit: een van de eerste commercieel aangeboden kledinglijnen waarin draagbare elektronica daadwerkelijk in het kledingstuk werd geïntegreerd. De vier oorspronkelijke modellen heetten Beetle, Mooring, Producer en TRC Gilet.

De jassen boden plaats aan een Philips Rush!-mp3-speler, een spraakgestuurde Xenium 989-telefoon, een microfoon en koptelefoon. Een gezamenlijke bediening kon bij een inkomend gesprek automatisch van muziek naar telefoon schakelen en daarna de muziek hervatten. Dat klinkt nu vanzelfsprekend, maar de eerste iPhone verscheen pas in 2007.

Osti was belangrijk voor de algemene vormgeving en vertaalde de techniek naar draagbare, stedelijke kleding. Hij deed het project echter niet alleen. Philips had al jaren onderzoek gedaan naar wearable electronics; specialisten van Philips en Levi’s werkten aan de bedrading en de integratie in de jassen.

Het oorspronkelijke plan was een productie van 2.500 exemplaren, maar voor de eerste oplage werd dat teruggebracht tot ongeveer 800. De introductie kreeg veel media-aandacht, terwijl de verkoop achterbleef. De prijs van ongeveer £900, de omvang van de elektronica en de beperkte praktische noodzaak maakten ICD+ commercieel moeilijk. Er volgde nog een collectie voor het voorjaar van 2001, waarna het project stopte. De uitvoerige geschiedenis van Levi’s ICD+ laat daarmee iets interessants zien: een product kan zijn tijd vooruit zijn en tegelijkertijd te vroeg komen om te slagen.

Wat bevindt zich in het Massimo Osti Archive?

Massimo Osti overleed op 6 juni 2005 aan longkanker. Zijn kinderen Lorenzo en Agata begonnen daarna zijn werk, prototypes en onderzoek opnieuw bijeen te brengen. Het huidige Massimo Osti Archive bevindt zich in het centrum van Bologna en is geen verzameling van alleen beroemde jassen. Het is een fysieke reconstructie van zijn ontwerpmethode.

Volgens de actuele officiële inventaris omvat de ruimte van 300 vierkante meter:

  • 4.570 kledingstukken, van vroege prototypes tot Russische ruimtepakken uit de jaren zestig;
  • meer dan 50.000 stofstalen;
  • duizenden garment-dyeingtests;
  • 1.129 accessoires en constructiedetails;
  • 60 projecten op papier en 89 posters en prints;
  • samenwerkingen en onderzoek met meer dan 360 textielbedrijven en laboratoria.

Een archief van deze omvang was noodzakelijk voor Osti’s bottom-up werkwijze. Hij begon bij wat al bestond, ontleedde waarom het werkte en combineerde onderdelen vervolgens opnieuw. Het archief was daardoor geen nostalgisch museum, maar zijn belangrijkste ontwerpgereedschap.

Waarom zijn invloed verder gaat dan Stone Island

Osti’s invloed is het duidelijkst wanneer we niet alleen naar het uiterlijk van zijn kleding kijken. Zijn belangrijkste erfenis is een methode: materiaal eerst, functie als reden en esthetiek als resultaat.

Een concrete verbinding met moderne techwear is Errolson Hugh, oprichter van ACRONYM. Hugh liep enige tijd stage bij Osti in Bologna. Ook schrijver William Gibson, bekend van de roman Neuromancer, bleek een bewonderaar. Nadat hij in 2012 een boek over Osti bestelde, schreef hij later een voorwoord voor een heruitgave. Deze aantoonbare relaties zijn overtuigender dan algemeen beweren dat ieder modern technisch kledingmerk rechtstreeks door Osti is beïnvloed.

Zijn nieuwsgierigheid beperkte zich bovendien niet tot kleding. De officiële tijdlijn noemt onder meer een door hem gesteund project voor een elektrische raceauto in 1988, ontwerpen voor Vespa, een milieuproject met Sting en concepten voor mobiele technologie en stadsontwikkeling. Hij behandelde kleding niet als een afgesloten modecategorie, maar als onderdeel van een bredere leefomgeving.

Massimo Osti Studio: voortzetting zonder kopie

In 2024 werd Massimo Osti Studio opnieuw gelanceerd als experimenteel merk. Onder leiding van Lorenzo Osti werkt het niet uitsluitend met traditionele seizoenscollecties, maar met afzonderlijke Chapters waarin één materiaal, techniek of samenwerking centraal staat.

De ontwikkeling is inmiddels veel verder dan de vier eerste Chapters die vaak in oudere artikelen worden genoemd. Bij de laatste controle in augustus 2026 toonde de officiële site Chapter 15: Seta/Nylon, waarin zijde wordt gecombineerd met Rafia-nylon en het kledingstuk na constructie wordt geverfd. Het is geen werk van Massimo Osti zelf — hij overleed in 2005 — maar een hedendaagse voortzetting van zijn onderzoeksmethode door een nieuwe generatie.

Veelgestelde vragen over Massimo Osti

Wie was Massimo Osti?

Massimo Osti was een Italiaanse graficus, kledingontwikkelaar en ondernemer, geboren in 1944 en overleden in 2005. Hij richtte onder meer Stone Island op en ontwikkelde Chester Perry verder tot C.P. Company. Hij werd bekend door technisch materiaalonderzoek, garment dyeing en functionele sportswear.

Heeft Massimo Osti Stone Island opgericht?

Ja. Massimo Osti richtte Stone Island in 1982 op rond Tela Stella, een zware met hars behandelde katoenen stof die was geïnspireerd op vrachtwagenzeil. Het merk functioneerde aanvankelijk als een aparte onderzoeksruimte voor materialen die niet goed binnen C.P. Company pasten.

Heeft Massimo Osti C.P. Company opgericht?

Ja, maar de geschiedenis begint onder een andere naam. Osti richtte samen met Raimondo Cattabriga OM Diffusion op voor de productie van Chester Perry. Dat merk werd in 1978 hernoemd tot C.P. Company.

Hoeveel merken heeft Massimo Osti opgericht?

Er bestaat geen betrouwbaar enkel getal, omdat bronnen merken, sublijnen, bedrijfsnamen en samenwerkingen verschillend meetellen. Tot zijn belangrijkste eigen labels en projecten behoren Chomp Chomp, Chester Perry/C.P. Company, Boneville, Stone Island, Left Hand, Massimo Osti Production en ST-95.

Vond Massimo Osti garment dyeing uit?

Nee. Garment dyeing bestond al. Osti en zijn team maakten de techniek vernieuwend door volledig afgewerkte kledingstukken van verschillende stoffen en vezels te verven. Daardoor konden in één verfbad meerdere kleurnuances en materiaalreacties ontstaan.

Wie ontwierp de C.P. Company Goggle Jacket?

Massimo Osti ontwierp de oorspronkelijke Mille Miglia Jacket voor de sponsoring van de Mille Miglia-autorit in 1988. De geïntegreerde lenzen in de capuchon maakten de jas later wereldwijd bekend als de C.P. Company Goggle Jacket.

Wanneer vertrok Massimo Osti bij Stone Island?

Osti stopte in 1992 met zijn formele bedrijfstaken, maar bleef nog enige tijd ontwerpen. Zijn laatste Stone Island-collectie verscheen volgens het Massimo Osti Archive in het voorjaar van 1995.

Waaraan overleed Massimo Osti?

Massimo Osti overleed op 6 juni 2005 in Bologna aan longkanker. Hij was zestig jaar oud.

Wat is het verschil tussen Massimo Osti en Massimo Osti Studio?

Massimo Osti is de in 2005 overleden ontwerper achter onder meer C.P. Company en Stone Island. Massimo Osti Studio is het in 2024 opnieuw gelanceerde, hedendaagse merk dat onder leiding van zijn zoon Lorenzo voortbouwt op zijn onderzoeksmethode.

De man die kleding liet bewijzen wat ze waard was

Massimo Osti werd beroemd door herkenbare jassen, maar zijn werk draaide zelden om herkenbaarheid alleen. Hij vroeg niet eerst hoe een kledingstuk eruit moest zien. Hij vroeg wat er met een stof gebeurde na verf, hitte, slijtage, regen of jarenlang gebruik. Pas daarna ontstond de vorm.

Dat is waarom zijn werk nog steeds relevant is. Niet omdat iedere technische jas automatisch zijn idee kopieert, maar omdat hij liet zien dat herenkleding een serieus terrein voor industrieel onderzoek kon zijn. C.P. Company en Stone Island zijn de bekendste uitkomsten. Zijn werkmethode is de grotere nalatenschap.

Bekijk de actuele collecties van Stone Island en C.P. Company in The Vault.

Bronnen en verantwoording

Voor dit artikel zijn merkclaims waar mogelijk gecontroleerd aan de hand van primaire archieven en gescheiden van onafhankelijke journalistieke reconstructies. De belangrijkste bronnen zijn de officiële Massimo Osti-tijdlijn, de archiefinventaris, de technische uitleg van C.P. Company, het familie-interview met Lorenzo Osti, de C.P. Company Archive-vermelding van de Mille Miglia Jacket, de reconstructie van Osti’s show door i-D en de gedocumenteerde geschiedenis van Levi’s ICD+.

DEEL JE MENING

Reacties worden eerst gecontroleerd.